donderdag 8 juni 2017

Geen talent voor hond-van-Pavlov

Ik ben zielig. Ik moet een slaaponderzoek ondergaan en daarvóór moet ik op droge watjes kauwen. Kijken hoe de melatoninehuishouding is. Elk uur, tussen 21.00 en 01.00 uur stop ik zo'n tandartswat in mijn mond en kauw er verwoed op. De bedoeling is dat die dingen doordrenkt raken met mijn speeksel, maar dat maak ik nauwelijks aan. Dat is nu juist een deel van het probleem.
In de handleiding staat dat ik een minuut moet kauwen, of totdat het watje doordrenkt is. Ik kauw me suf, maar echt nat wordt het niet. Kan me niet voorstellen dat er bij uitwringen ook maar een druppeltje nattigheid vanaf komt. Ik ga maar een dom computerspelletje doen, zodat ik gedachteloos kan kauwen, maar er gebeurt nog steeds niet veel. Dus denk ik aan saucijzenbroodjes, aan chocola, chips en oude kaas, maar het baat niet. Ik heb geen aanleg voor hond-van-Pavlov en die watten doen je de eetlust sowieso wel vergaan.
Rond 23.00 uur slaat de vermoeidheid toe. Grote Pol verdwijnt naar ons warme, zachte bedje en ik ploeter voort. Mijn ogen vallen dicht en ik vergeet bijna de tijd, maar tegen 01.00 uur ben ik weer klaarwakker. Ik mag bijna naar bed en blij kauw ik op de laatste wat. Ik heb wat spuug opgespaard en de wat absorbeert het snel. Ze moeten het er maar mee doen.
Ik rol ons bed in en lig klaarwakker. Tot 03.00 uur. Last van een droge mond. Slapeloze nachten krijg je van zo'n onderzoek.

maandag 29 mei 2017

Domme vragen

Weet u waar ze tegenwoordig domme vragen stellen? Bij het journaal! De nieuwslezer vraagt dan aan de verslaggever ter plaatse: 'Hoe erg is het daar in Manchester / Stockholm / Sint-Petersburg / Moskou / Aleppo / Parijs?' Of: 'Hoe warm is het daar aan het strand in Scheveningen / Hoek van Holland / Costa del Sol?' En dan moet de verslaggever uitleggen hoe heel erg / heel warm / heel koud / heel mooi / heel grappig / heel hartverscheurend / heel spannend het is.
Let maar eens op, komt bijna elk achtuurjournaal weleens voorbij.

Vandaag in het centrum, in de smorende hitte waar ik snel doorheen waadde voor een boodschapje, sprak zo'n verkoopjong me aan: 'Bent u duurzaam?' 'Hartstikke!', antwoordde ik en ik woei hem met een geërgerd handgebaar weg, maar op hetzelfde moment dacht ik: ben ik duurzaam? Wát een vraag. Ik had moeten zeggen dat ik mezelf al 46 jaar niet weggegooid heb! Maar ja. Zo gaat dat nu eenmaal met slimme antwoorden, die komen altijd twee seconden te laat bij me op.

'Zo, Purperpol. Hoe erg is het gesteld met je adremmiteit?'
'Nou, meneer de vragensteller, daar moet ik eerst twee seconden over nadenken.'

zondag 14 mei 2017

Purperpol gaat judoën. Not.

Op de valreep kreeg ik toch nog een moederdagcadeau van ons oudste Polletje. Moederdag vieren hadden we hier eigenlijk al tien jaar geleden afgeschaft, omdat de Polletjes het maar een oneerlijke zaak vonden en wij volwassenen grote moeite hebben met het commerciële karakter ervan. Ze kwamen toch al niet meer thuis met de obligate knutsels die ze hier op de plaatselijke basisschool in onder- en middenbouw nog wel maakten. Met hart en ziel, hoor, dat wel. Vooral dat hart en die ziel waren ontroerend. En de inspanning van de juf waardeerde ik zeer zeker ook, vooral omdat ik zelf daar ook altijd erg druk mee was met de kinderen uit mijn klas. Maar aan het cadeau had je nooit wat.


Polletje kwam met dit cadeau natuurlijk twintig jaar te laat. Of noem het slim, nu hij toch al bijna twee jaar uit huis is en vindt dat zijn thuiswonend broertje nog wel wat tucht kan gebruiken.
Maar het blijft lief van het joch, toch? De tweedegraads brandwonden op zijn vingers van de soldeerbout liegen er trouwens niet om. Daar maak ik me nu wel een beetje zorgen om.

Ik kreeg ook nog een cadeaubon van de sportschool waar hij o.a. werkt als judoleraar. Vier weken gratis judo of karate. Maar ik bedank voor de eer. Mij krijg je niet op de mat, ik vind een wandelingetje al sportief genoeg. Sterker nog, ik zou het een straf vinden.


Of zou het na de les wel lekker liggen op zo'n mat? Kussentje en dekentje erbij, massage van nek en schouders. mwah, niet verkeerd.

vrijdag 28 april 2017

Het enige recht van de vrouw...

Een paar weken geleden kon u hier meedoen aan een prijsvraag waarmee u een echte Purperpolvaatdoek kon winnen. De echte winnares komt uit Servië en vond het bezwaarlijk dat ik zoveel portokosten zou moeten betalen, dus kreeg een ander de prijs. Een paar andere lezers wilden ook een vaatdoekje en met alle liefde haakte ik ook voor hen een doekje. Ik vroeg hen een foto van hun aanrecht-met-vaatdoekje terug en die foto's zijn wel heel leuk om hier ook te laten zien. Wat een leuke en vooral nette aanrechten hebben de dames!

Hier het aanrecht van winnares Ipie:

Ria wilde ook graag een doekje: 

Ook Zeeuwse mama vroeg en kreeg er een. Ziet u dat ze de ramen niet gelapt heeft? En dat voor een Zeeuwse, die doen dat toch altijd elke dag?

                                              


Franca breit al een tijdje vaatdoekjes en wilde wel ruilen met mij, al sloeg de twijfel later flink toe:


Vriendin Ineke was zo brutaal om om pannenlappen te vragen. Grijze. U kent mij misschien al lang genoeg om te weten dat ik dat maar saai vind... Maar toen ik ze kwam afleveren zag ik dat ze ook pannenlappen van een andere vriendin kreeg en die zijn veel leuker en netter. Een beschrijving daarvan vindt u hier. 

Wijzelf hebben een ouwe keuken die de verhuurder niet wil vervangen. Ik probeer er maar tevreden mee te zijn. Maar het een en ander nodigt niet uit om er iets moois en nets van te maken.
De mannelijke Pollen wassen hier af, op hun manier, en ik denk het nooit voor elkaar krijgen om leuke bloemetjes, schalen met groente en fruit of iets anders decoratiefs op het aanrecht te krijgen, langer dan een paar uur. Hooguit een aardewerken zeeppompje (maar dat raakt steeds verstopt).

Hier ziet u dan ons aanrecht. Met het vaatdoekje dat Franca voor me breide. Een foto van vóór de afwas, zo ziet het er hier meestal uit, tot mijn schande, maar de mannelijke Pollen zitten nergens mee. En de foto van na de afwas die natuurlijk niet reëel is, want de kruiden staan buiten en het blikje met thee en het snoeppotje staan normaal op de vensterbank. 



Wie weet inspireren bovenstaande foto's me en ga ik toch proberen er wat mooiers van te maken.

Er mist nog één aanrechtfoto. Die van mijn ouders. Ik haakte ook voor mijn moeder een doekje, maar dat ligt hier nog omdat ik het steeds vergeet te geven. 

woensdag 26 april 2017

Ben je zestig?

Nee, ik niet. Maar mijn geliefde vanaf vandaag wel. Daarmee feliciteer ik hem ook via deze weg hartelijk.
Ik vind het wel een mijlpaal, lieve mensen. Ik ben 'nog maar' 46 en het verschil met zijn respectabele leeftijd lijkt nu weer zo groot. Niet dat ik me zo jong voel vergeleken met hem. Nee zeg. Grote Pol is hartstikke vitaal en met jeugdig elan beweegt hij zich (met gehoorapparaten, brillen, fysiotherapie, steunzolen en middagdutjes-op-z'n-tijd, maar nog zonder rollator, kunstgebit, nieuwe heup/knie/schouder,toupet en sta-op-stoel) door het leven. 't Is meer dat ik me te oud voel voor mijn leeftijd. De vermoeidheid die bij de SLE hoort fnuikt - dat woord móest ik even gebruiken - de laatste tijd weer zo.
Vanavond gaan we iets heel leuks gaan doen met z'n viertjes, maar tot op heden durfden we niet te reserveren vanwege die wankele hoeveelheid energie die vaak roet in het eten gooit. Zo frustrerend en ook onzeker voor de Polletjes die opeens bij zoiets wél behoefte aan structuur hebben.
Maar kom, dit stukkie zou niet over mijzelf moeten gaan. Meer over Grote Pol ga ik vandaag ook niet schrijven. Dat het maar een vreugde- en liefdevol jaar mag worden waarin hij zich gezegend weet.

zaterdag 22 april 2017

Over een bezige bij die geen suiker blieft

Buuf en ik moesten elkaar nodig weer eens spreken. Buuf is een bezig bijtje, houdt echt van dingen doen en niet van suiker. Dat is een rare combinatie: bij zijn en geen suiker willen, maar buuf is ook een wonderlijk mensch. Ik bedacht dat we de sandwichspread van Karin Luiten (die van de zonder-pakjes-en-zakjes) zouden gaan maken. Buuf vond het best.

In plaats van de keukenmachine in te zetten sneden we alles heel relaxed zelluf met onze fijne molenmesjes. Konden we bijpraten en bij praten. Ja, denk daar maar eens over na.

Van al dat ambachtelijke handsnijwerk kneusde de groente niet. Daardoor leek er ook amper iets te gebeuren toen we de hele bups in een zeef kieperden om daar een uurlang een potje te gaan uitlekken. In plaats daarvan gooiden we er maar een schepje chiazaad bij. Dat bindt de boel en dan komt dat spul, dat ik in een vorige gezondheidsmanie aanschafte, ook nog eens van pas.

We maakten genoeg voor een kleinschalig weeshuis. Met mayonaise zonder suiker, maar daardoor werd het wel wat te zuur. Dus deden we er toch wat suiker bij. Maar geen geraffineerde, want agavesiroop, dus dan telt het volgens buuf niet. Volgens mij dan weer wel. Maar die discussie sloegen we gezellig over. Het smaakt best, mensen. Knapperig en met echte vitamines, dus ook lekker anders dan die uit de winkel.

Leuk om te doen met uw (klein)kindertjes in de meivakantie die dit jaar in april valt.
En leuk om weg te geven. In de koelkast staat nog een potje voor u klaar.


zondag 2 april 2017

De eeuwige drie P's. En stamppot.

Tweeëntwintig en negentien zijn ze, de Polletjes. Kind-af, uitgepuberd. Zo'n beetje volwassen, uitgegroeid, doorontwikkeld, klaar voor de grotemensenwereld, zou je zeggen.

Dat is ook zo. Bijna. Er zijn nog wat dingetjes blijven liggen. Vooral op culinair terrein, want de drie P's blijven favoriet, ik schreef er vroeger ook al over.
Maak je een overheerlijke quiche met zoete aardappel en bloemkool, vragen ze om Pannenkoeken.
Van lasagne boordevol heerlijke groenten en verse kruiden van het balkon eten ze maar een klein stukje, Pizza uit de diepvries (zonder noemenswaardige groente dus) wordt verslonden.
En aardappel eten ze heus wel, in de vorm van Patat, of gebakken met veel fritessaus. En in de stamppot. Maar dan wel normale, traditionele stamppot. Met wortel of boerenkool. En Vleesch. Veel Vleesch. Geen geëmmer met een ratatouille met die andere P's Paksoi, Pastinaak en een Paddenstoelenragoutje. Twee lichtpuntjes: Paprika, dat lusten ze rauw. En ons oudste Polletje eet fruitsalade. Jawel.

Ik heb de hoop opgegeven dat ze ooit met smaak zullen mee-eten van onze vitaminerijke edoch lekkere menuutjes.
Hun lange tanden negeer ik zoveel mogelijk;
hun stilzwijgend zuinig accepteren van onze verantwoorde vegetarische maaltijden waardeer ik; zogenaamd vallen de minieme porties die ze al analyserend en selecterend opscheppen me niet op (het zijn sterren in het omzeilen van champignons en aanverwante artikelen);
slik nog eens als het jongste Polletje 's avonds laat nog even naar buiten gaat (= naar de snackbar);
ik wil niet weten hoe vaak Polletje-Op-Kamers voor zichzelf kookt (nooit) en wat hij eet als hij niet bij ons mee-eet (noodlessoep, stokbrood, pizzabroodjes).
Ik doe water bij de wijn en bak hamburgertjes, koop kilo's paprika's, kies voor veilige groenten en vermijd spruiten, aubergine en meer van dat soort Vreselijks. Kortom: ik doe werkelijk erg mijn best.
Maar aan onze eettafel heerst pas echt een feestelijke stemming bij kip, patat en appelmoes. O, en fritessaus.

Zou het ooit nog goed komen?

Lijfspreuk van de Polletjes

donderdag 30 maart 2017

Inbraak

Vorige week werd er in de kamer van het oudste Polletje ingebroken. Wat is dat naar... Een laptop, wat kleingeld, een helm, z'n toilettas met lekker frisse tandenborstel en scheerapparaat en ook een doos met diverse documenten uit de Tweede Wereldoorlog van mijn schoonfamilie. En dat laatste is natuurlijk het rottigst, want onvervangbaar. Die doos zal wel ergens in een container gedumpt zijn, of in de bosjes, gezien de status van de vermoedelijke dader.

Maar zoiets heeft ook een voordeel: in het sufferdje stond gisteren een artikeltje over zoonlief. Het klopt allemaal net niet helemaal en hij kijkt nogal lodderig (beetje slaaptekort denk ik vanwege de consternatie), maar ach. Wie weet levert het hem nog interessante contacten op.


Klik hier voor het volledige artikel.

dinsdag 21 maart 2017

Schoon genoeg + update

Nou, u overlaadde mij wel met enthousiaste reacties op mijn vaatdoekenactie.
Not.
Tsss, terwijl het zulke fijne doekjes zijn. U weet niet wat u mist. Ik zal nóg eens een prijsvraag uitschrijven, mopperdemopper. Of vindt u uw aanrecht wel schoon genoeg?
De reacties die er kwamen waren natuurlijk stuk voor stuk heel leuk en goed  en dichterlijk en vaatdoekwaardig. Maar er kan er maar eentje winnen en dat is Cisca uit Servië! Arme Cisca, in Servië bestaan helemaal geeneens geen vaatdoeken niet. Da's toch zielug? Stuur je me je adres en de gewenste kleurencombi? (purperpolletje@gmail.com)

Update: Nououou moe. Ook Cisca wil niet... Ipie dan wel?

maandag 13 maart 2017

Win een Purperpolvaatdoek!

(Leest u hier om een vaatdoek te winnen? Scroll dan even vijftien centimeter naar beneden. Dan bespaart u zichzelf een hoop geleuter.)

In de afgelopen vier maanden breide ik drie  truien en twee colsjaals en ik haakte ook nog twee vaatdoekjes. Dat lijkt heel productief, maar dat was het niet. Ik ben op handwerkgebied nogal een hatseflatser. Ik doe eerst maar wat voor ik denk. Als ik een foutje maak, pas ik gewoon het een en ander weer aan zodat ik weer verder kan. Dat pakt meestal wel goed uit, maar niet altijd.
Die eerste colsjaal was veel te wijd. Bij die dingen komt dat nogal nauw, zoals u wel kunt begrijpen. Het is wel fijn als zoiets ook aansluit. Maar de tweede versie was goed gelukt en dik vriendinnetje had deze winter een warm nekje.

Ik breide ook nog drie truien. Wel met telkens dezelfde bollen wol, dat u niet denkt dat nu mijn kledingkast uitpuilt. Tuurlijk niet, daar vind je alleen maar geordende minimalistische nette stapeltjes. Ahum.
In de eerste trui leek ik net een worst. Uitgehaald. De tweede trui bleek een tent, maar dat zag ik pas nadat ik 'm helemaal af had gebreid op een rondbreinaald. Aan een stuk. Technisch verhaal, maar neem van mij aan dat je pas ziet wat je hebt gemaakt als je helemaal klaar bent. Ook uitgehaald. En nummer drie is bijna helemaal perfect. Het is eigenlijk een vest, maar ik heb 'm dichtgenaaid en dat ging een scheetje beef, dus nu moet ik dat nog even herstellen. Maar daar heb ik gelukkig minstens acht maanden de tijd voor, want koud wordt het niet meer. Toch?

Aan de vaatdoekjes kon niet veel misgaan. Behalve dan dat de mannelijke Pollen ze tuttig vinden. Jammer dan, ik geniet van die fleurigheid op mijn aanrecht. Bovendien absorberen ze perfect en vegen ze lekker schoon (voor het oog, want het zijn natuurlijk eigenlijk bronnen van bacteriën. Maar dat wil ik niet horen).
Wilt u ook een Purperpollerig vaatdoekje? Doe mee met de prijsvraag! Uw oplossing kunt u hieronder kwijt, bij de reacties. Volgende week verloot ik een haaksel onder de goede inzendingen. 😉


Maak de slagzin af: Een vaatdoekje van Purperpolletje is ...

vrijdag 3 maart 2017

Drie dingen om voor altijd goed te onthouden

1. Dat je ook te veel buikspieroefeningen kunt doen.
2. Dat ik geen Arie Ribbens ben.
3. Dat een batterij een plus- en een minkant heeft, die echt wel gemakkelijk te herkennen zijn.

Toelichting.
1. Nadat ik zeven weken mijn buikspieren totaal genegeerd had, dacht ik opeens weer aan ze. Op een luie zaterdagmorgen, in mijn warme bed. Ze bleken er nog te zijn, in ongetwijfeld een rafelige touwtjesconditie met her en der een wel heel zwak plekje. Ze knapten nog net niet. Ik merkte wel dat ze het fijn vonden dat ik weer eens aandacht aan ze besteedde. Alles wat je aandacht geeft, groeit, dus naast dat denken aan die elastiekjes deed ik ook nog een halfslachtig spelletje met ze. Iets ingewikkelds met omhoogkomen en aanspannen en zo. Niet te veel, niet te vaak, dacht ik nog, want opeens een overdosis liefde kan averechts werken. Twee keer vijf sit ups zouden ze toch wel aankunnen?
Dat konden ze niet.
Voorlopig geef ik mijn rudimentaire overblijfselen maar weer veel rust. Dat hebben ze wel verdiend.

2. Eens in de zoveel tijd lees ik een boek waar ik de schrijfkriebels van krijg. Zo wil ik ook kunnen schrijven, denk ik dan. En dan doe ik een poging en dan komt er zo'n slap aftreksel uitrollen waar ik me voor schaam en dan geef ik het weer snel op. Dat begon al toen ik een jaar of 10 was en zelf een De olijke tweeling-lookalike probeerde te schrijven. Mooi dik schrift ervoor gebruikt, maar liefst een halve bladzijde vol geschreven voor ik het bijltje er weer bij neerlegde. Ik weet nog ik de zussen noemde: Patty en Kitty. Er volgden nog meer pogingen, waaronder zelfs een gooi naar een baantje als columniste bij de Libelle, maar alles bleek tevergeefse moeite.
Je zou zeggen dat ik daar inmiddels wel wat van had kunnen leren, maar vorige week bedacht ik dat ik, voor de lol (mijn ambities worden al reëler), weleens een carnavalskraker zou kunnen schrijven.

Weet je wat ik wel zou willen zijn?
Een bloemetjesgordijn, een bloemetjesgordijn.
Van het plafond tot op het raamkozijn:
Een bloemetjesgordijn, een bloemetjesgordijn.


Dat is toch eigenlijk een verbluffend originele vondst, waar ik dan toch heus ook wel op zou kunnen komen???
Nee dus. Ik kwam niet verder dan:

We hebben een koe op zolder
Maar zijn vachtje zit vol roos
We gebruiken head en shoulders
Nu smaakt zijn melk naar abrikoos.

Maar nu ik dit zo lees, zie ik toch wel hitpotentie. Of trap ik nu weer in de val?

3. Ik moet altijd, altijd zoeken naar de plus- en minkant van de batterij en naar die onleesbare symbooltjes in de apparaatjes waar die dingen in moeten. Zoiets kan ik dus niet onthouden, net zoals mijn leerlingen niet onthouden hoeveel 72:9 is. Dat vind ik onbegrijpelijk. Ook van mezelf dus. Dus ik ging er even voor zitten en nu ga ik het u uitleggen, want daar leer ik het meest van. Daarom ben ik ook zo slim: ik leg de hele dag Ingewikkelde Dingen aan kinderen uit en daar word ik zelf hyperintelligent van.
De kant met het bolletje is de pluskant. Die kant heeft een maatje meer. Plus-size, dus. De minkant is plat. Dat is niet leuk voor die kant, want iedereen wil wel wat aantrekkelijke contouren hebben. Omdat de minkant zo zielig is, mag hij op de kant met de veer in het apparaat, heeft hij toch nog wat leuks. 
Simpel toch?

dinsdag 14 februari 2017

Polletjeshumor

Op het memobord in de keuken van huize Pollenstein worden soms wel heel vreemde boodschappen geschreven...


(Boven mijn boodschap, onder de boodschap van het jongste Polletje, een dag later erbij geschreven.)

vrijdag 10 februari 2017

Pomodoro-techniek

Ik ga u iets bekennen.

Ik ben een ongedisciplineerd wezen.

Ik vertoon werkvermijdend gedrag - ik ben een ster in het verzinnen van nutteloze klusjes en het bekijken van zinloze sites, in plaats van het werken aan handelingsplannen, boekhouding, voorbereidingen, verslagen, methodestudie en het raadplegen van vakliteratuur.
Ik ga te laat naar bed.
Ik beweeg te weinig.
Ik houd me gemiddeld twee dagen achter elkaar aan een nieuwe, gezondere leefstijl. En vervolgens zes weken niet.
Ik vergeet de zakken van mijn broeken leeg te maken voor ik ze in de was doe.
Ik verslof het huishouden.
Ik verwaarloos dit blog.
Bij mijn bed ligt een kubieke meter rondslingerende kleding.

Ik doe ook niets goed.

Maar sinds een weekje gaat het beter. De oplossing: de pomodoro-techniek. Een trucje om jezelf aan het werk te houden. Je koopt een kookwekker in de vorm van een pomodoro, een stronk broccoli, een appel, een banaan, een kip, een Engels dropje, een peer of een aardappel. 't Is maar net waar je het meest op lijkt, want dat werkt het best. In mijn geval dus een aardappel.
Je zet 'm op 25 minuten, werkt 25 minuten onafgebroken en geconcentreerd aan een taak die je van tevoren al had bedacht, dan vijf minuten beweegpauze. Dit herhaal je drie keer. Daarna een wat langere pauze en het circus begint weer opnieuw.


Ik krijg dan nu dus telkens in die 25 minuten veel werk af, want ik kan heus wel werken als een paard. Heerlijk is dat. Tot zover missie geslaagd.

In die vijf minuten doe ik natuurlijk kniebuigingen, push en sit ik me up, ruim die berg kleding op, ren de trap tien keer op en af, veeg het stoepje, geef de wc een beurtje, zuig stof, haal de was af, hang de was op, spring touw, schuur de gootsteen, sop de plinten, post een brief, ragebol het rag, stof af met klam doekje, maak het bed op, bewater planten enzovoorts, enzovoorts.

Maar nu moet ik u nog iets bekennen. Dat gewauwel in de voorgaande alinea is pure fictie. Dat zijn maar voornemens, maar het komt er niet van. Grote Pol maait een deel van dat gras voor mijn voeten weg, want dat is een sublieme huisman. Dus die was hoeft bijvoorbeeld helemaal niet. Ja, dat is heel luxe. En nee, u mag hem niet lenen.
Maar ik blijf dus te ongedisciplineerd. Daar moet ik iets op verzinnen. Een of ander techniekje. Een kookwekker helpt niet. Het moet extremer. Grof geschut. Iets met opzwepende harde muziek, met dreunende bas en een vette beat erin.
Maar ik hou niet van hard. En een dreunende bas. En ook niet van muziek met een vette beat.
Blijf alleen die zweep zonder muziek over. En dat is natuurlijk geen optie. Dat begrijpt u.

dinsdag 7 februari 2017

Het verband tussen snoeptomaatjes en vakantiewerk

Ons oudste Polletje is wel van bed, maar niet van tafel van ons gescheiden. Hij eet hier zo'n vier keer per week. Krijgt ie tenminste nog iets van groente binnen. Inmiddels is hij wat beter op zijn voeding gaan letten, het is een fanatiek sporter, en probeert hij op die andere drie dagen zo af en toe ook nog een vitamientje mee te pakken.
De paprika die hij zondag mocht meenemen naar zijn kamer, hoefde hij niet, want hij had nog groente die op moest. Wat dat dan was, vroeg ik vandaag. Snoeptomaatjes, zei hij nadenkend. En hij filosofeerde er achteraan: eigenlijk is dat hetzelfde als vakantiewerk. Het zijn twee vervelende dingen, werk en tomaatjes, en dan plakken ze het tegenovergestelde ervoor om het aantrekkelijk te maken, maar het blijven allebei rottige dingen.

Ik hoop intens dat hij tot in lengte van dagen zulke opmerkingen blijft maken!

dinsdag 24 januari 2017

Pindakaas!!!

Vandaag is het de Nationale Pindakaasdag en waar kun je dan beter mee ontbijten dan met een verse boterham met het bruine goud? Mmmm. Zo lekker.

Ik weet het, het uitroepen van zo'n dag is een marketingstunt, maar dat vind ik in dit geval helemaal niet erg. Trouwens, voor mij is het praktisch elke dag wel pindakaasdag.

Nog lekkerderder vind ik zo'n bammetje met schijfjes komkommer en sambal, maar da's meer voor de lunch.






De Polletjes waren er vroeger ook verzot op en Kleuterpolletje 1 noemde het om d'een of d'andere reden altijd Píkkeballe (met een verzaligd lachje op z'n smoeltje) en dat bekt me toch lekkerrrrrr...

vrijdag 20 januari 2017

Afzien (en een lesje woordenschat)

Ondanks mooie termen als ruige rijp, uitsneeuwende mist en ijsvrij, vind ik het maar niks. De winter is afzien. Stram en stijf, moe en lusteloos ben ik.
Nee, vroeger... Vroeger was ik nog flink en dapper. Ik fietste 's morgens vroeg fluitend naar mijn werk, tussen de ramenkrabbende medemens door die ik zielig vond. Die lui waren slap en dom, want die pakten de auto en hadden niet door dat fietsen zoveel sneller gaat en je zintuigen op alle mogelijke manieren zo prettig kan prikkelen. Ook als het glad, koud en donker is.
Een muts zou ik nooit dragen, daar had ik altijd al een hekel aan gehad. Het eeuwige moedergezeur daarover deed ik af met de puberrollendeoogbeweging die ik nu bij mijn eigen kroost zie als ik weer eens goedbedoelde tips geef. Handschoenen als het warmer is dan -2 graden niet nodig. Aan thermo-ondergoed en warme skisokken dacht geen haar op mijn hoofd.
Ik genoot van de kou, de frisheid, het prachtig witte landschap, de kale bomen waarvan de structuur en ook de kleur van de bast zo mooi is.

Maar nu ben ik zelf slap. Ik zit bovenop mijn kacheltje, eet nog eens een sinaasappeltje, snuit mijn neus, smeer een laagje vaseline op mijn schrale wangen, krab eens aan de korstjes in mijn mondhoeken, brei warme wollen trui nr. 28 en wacht tot het voorbij is.

Ondertussen speur ik naar lichtpuntjes. Dat het alweer langer licht blijft is fijn. Dat ik nog steeds vage sandaalstrepen op mijn voeten heb is hoopvol. Dat ik soms een duif hoor koeren en een uil roepen is het bewijs dat de vogels heus nog wel kunnen fluiten. Dat er katjes en knopjes aan de bomen verschijnen het bewijs dat er leven in zit. En als ik eens naar buiten ga (zowaar zo af en toe mét muts) geniet ik heus wel van de frisse, heldere lucht. En van de ruige rijp en de uitgesneeuwde mist.

Maar lantaarnpaalstaren zal ik nooit doen (in het donker naar het licht van een lantaarnpaal staren om te kijken of het al sneeuwt).
Geef mij de gele terrorist maar (de februarizon die al wat kracht krijgt en het maagdelijk sneeuwdek laat smelten).

zaterdag 7 januari 2017

Tachtig jaar!

Ken je die mop van die bijnatachtigjarige (de beste vader van de hele wereld) die een zaaltje had gehuurd om zijn verjaardag met vrouw, kinderen en kleinkinderen te vieren?
Nee?
Maar goed ook, want dat nageslacht kwam niet. En terecht, want het leek vandaag niet veilig op de weg en ze moesten van heinde en verre komen.
Wel een domper, hoor. We hadden er zo'n zin in, paatjelief voorop, en ik had m'n haar al opgestoken, lippen gestift, mijn galajurk gestreken en hoge hakkers glimmend gepoetst.
Het feest wordt uitgesteld, dus we hebben nog wat tegoed.
Als troost dan maar een mooie zomerse foto  van een 'paar jaar' geleden (och, zomer... heerlijk, zomer...) en de felicitaties van u die u natuurlijk massaal gaat achterlaten bij de reacties. Doen hoor, want die lieve vader van mij volgt dit blog op de voet.

woensdag 4 januari 2017

Wat doen we met het kerstpakket?

Sinds jaar en dag werkt Polletje als vulploegmedewerker in die blauw-witte winkel waar je altijd in de verkeerde rij bij de kassa staat, waar alles goedkoop en meestal van inferieure kwaliteit is en uit China/Bangladesh/India komt (maar met een of ander vage overeenkomst over verbetering van arbeidsomstandigheden waar je alle kanten mee op kunt).
Polletje heeft ook een haat-liefdeverhouding met de zaak, maar is uitstekend op de hoogte van het complete assortiment en inmiddels wel vaste klant (op de snoepafdeling).
Het uitpakken van het kerstpakket is elk jaar weer een feest. Zaak is alles zo snel mogelijk te consumeren of te lozen. Want lekker, mooi of handig is het per definitie niet, een enkele uitzondering daargelaten.
Het snoepgoed verdween onmiddellijk naar zijn kamer, waar het binnen de kortste keren ook geconsumeerd en verteerd werd. Het afval daarvan bleef achter, maar daar heeft Polletje sinds gisteren een oplossing voor in de vorm van een ruime wasmand (van dezelfde winkel).
De kaarsjes kreeg ik, de ultraspuugwanstaltiglelijke plastic doorzichtige kerstbal met foto van de winkel is weggegooid, de blauwe thermoskan ruim voorzien van logo's is onder andere spulletjes bedolven in het rommelmandje in de keuken, de blauwwitte hagelslag heeft het andere Polletje netjes opgegeten en de papieren nieuwjaarssnorren en champagneflessen gebruikten we voor een selfie die we vlak na de jaarswisseling appten en belandden daarna in de oudpapierbak.

Zo werd alles netjes weggewerkt.
Dacht ik.
Tot ik gisteren mijn anders zo smaakvol ingerichte schoorsteenmantel lichtelijk verbouwd aantrof.



Heeft u ooit zo'n pittoresk filiaal van deze winkel gezien?