maandag 30 april 2018

Aardappelboek

Er komt een oude heer de chaos van de rommelwinkel-voor-een-goed-doel binnenstappen. Een van de medewerkers neemt tijd voor hem. Ze vormen opeens een eiland van rust tussen de drukdoende welwilligers die met spullen slepen en luidkeels overleggen alsof hun leven ervan afhangt. Hij zoekt een boek. Voor zijn vrouw. De medewerkster schuift wat dozen opzij en vraagt door. Waar houdt ze van? Van streekromans misschien? Hier staan heel mooie boeken tussen, die heb ik zelf gelezen, dus...
Meneer weet het niet zo goed, ook al is hij misschien al wel zestig jaar getrouwd met haar, maar laat zich graag adviseren. De vrijwilligster heeft nog een belangrijke vraag. Of mevrouw véél leest. Nou, zegt de heer, als ik de aardappelen kook, hè, dan weet je het wel, toch?
Ik weet het niet, maar de boekenmevrouw wel. Deze, van Gerda van Wageningen, Als jij op me wacht. De heer stemt in, betaalt 50 cent en vertrekt met het boek onder de arm. Naar de aardappels.

donderdag 26 april 2018

Op de zaken vooruit

Vandaag aten we weer eens een lekker wortelsoepje, prachtig oranje, maar eigenlijk een dag te vroeg, hè...
Ooit, in een grijs verleden toen ik nog elke dag blogde, plaatste ik het recept.

Veel plezier op Koningsdag!

zondag 14 januari 2018

Dia's uit de heel oude doos - mooie vrouwen en honden in Scheveningen

Onze oudste zoon, die niet meer Polletje genoemd wil worden, had weer eens een slag geslagen. Vier jaar geleden alweer kocht hij van iemand een map met documenten uit de wijde wereldoorlog, u weet, het is een fervent verzamelaar. Daarbij kreeg hij een houten kistje vol dia's die er interessant uitzagen, maar bij gebrek aan projector en/of scanner liet hij het er even een paar jaar bij zitten. Zo gaat dat bij jongvolwassenen. Tenminste, bij die jongvolwassenen die eerst nog gewoon Polletjes waren. Die stellen bepaalde zaken graag uit. Ach, dat kan nog steeds liggen aan een nog niet uitgegroeide prefrontale cortex. Onze zonen zijn al zo leuk en met zo'n alsmaar doorgroeiende cortex worden ze er natuurlijk alleen maar leuker op. Toch?
Maar dit terzijde.

Vandaag ging ik aan de slag met een geleende diascanner en toen zag zoonlief zijn kans schoon. Een middagje scannen leverde 108 prachtige, meestal scherpe plaatjes op uit de jaren twintig, dertig, denken we. Als het niet eerder was.
Zo raar dat je zo rechtstreeks dat beeldmateriaal opeens in handen hebt, honderd jaar later. Zo ver weg en tegelijk zo dichtbij... Tastbare geschiedenis.








Terwijl ik dit typ, bekijkt onze jongste zoon de dia's en vraagt of er nog meer strandfoto's met mooie vrouwen bij zitten. 'Ja', zegt oudste zoon, 'een van de laatsten, maar die is allang dood, hoor.' 




donderdag 11 januari 2018

Grijze muis

Wegens veel en drukke werkzaamheden heb ik momenteel weinig bloginspiratie, maar in mijn conceptberichten vond ik nog een pareltje waar Grote Pol me op wees. Mocht u willen reageren, helaas, de vacature is inmiddels al gesloten.
Ik had geen ambitie om te solliciteren, hoor. Ik heb bepaald geen grijzemuisoutfit en -hoofd.

   Grijze muis



woensdag 3 januari 2018

Geklets over opruimen

Deze vakantie staat in het teken van uitrusten en opruimen. Uitrusten omdat ik heel hard gewerkt heb en ook weer heel hard ga werken en opruimen omdat dat hard nodig was. En is.
Na de verhuizing van het jongste Polletje hadden we zomaar een hele kamer over. Wel een kleine, maar goed voor heul veel spullen. We kochten dus een grote kast voor op die kleine kamer, zodat we minder hoefden weg te doen, maar beter konden opruimen.
Ik dacht slim te zijn door de kast in een grote kamer in elkaar te zetten en dan naar de kleine kamer te slepen.
Haha, haha.
Dat was dus een goeie grap. Ja, u heeft 'm inmiddels ook door, zie ik.

Dus weer uit elkaar gehaald en in het kleine kamertje weer in elkaar gezet. Vervolgens vulden we de kast weer met spullen van het jongste Polletje die daar op zijn studentenkamer ook geen ruimte voor heeft. Heel nuttige spullen, zeker wel. Wat te denken van een paar ouwe klompen, maat 53, een kalkoenenmuts, een meterslange rits geschakelde kogelhulzen (van de hei), een supermarioknuffel, een starwarszwaard, 25 petten, een frontje van een geluidsbox etc. etc.
Toen was er nog wat ruimte over voor de spullen van Grote Pol. Toen hij de kast netjes gevuld had, dachten we klaar te zijn. Er was lekker nog wat ruimte over op dat kamertje en dat gaf een gevoel van luxe.
Tot we doorkregen dat het niet normaal is dat we nacht in, nacht uit wakker worden met een verstopte neus. Allebei. En toch niet verkouden. En we hadden al gladde vloeren en telkens keurig gestofzuigd en anti-allergene kussens, dekens en matrassen. Maar dus wel open boekenkasten, frutsels, breispullen, kleren-op-een-hoop-want-ik-ruim-nooit-eens-wat-op-als-ik-net-uit-bed-kom-wankelen-c.q.-halfcomateus-'s avonds-mijn-bed-in-duik. Dus boeken uit de kast, kast naar het kleine kamertje, boeken ontdaan van stof er weer in, knutsel- en handwerkspullen uitgezocht, ook naar het kleine kamertje, alles gestoft, geboend, gepoetst, gezogen, gewassen, gezeemd en gedweild en zo zijn we weer een paar dagen zoet geweest.

Interessant, niet?

Ondertussen kwamen we natuurlijk een hoop spullen tegen die we niet weg konden doen. Zoals dit langwerpige ding. Raad eens wat het is?



Het is een koker om breinaalden per post te versturen. En telkens als ik het onhandige ding zie - hij ligt altijd in de weg - moet ik lachen. Want kijk eens naar de adressering. Dat zegt u vast niets, maar mij wel. Mijn oma heette officieel Helena, dat werd Leen of Lena. Maar om deen of dandere reden werd ze Peen genoemd. Had iets met scouting te maken, of zo. En ze had blijkbaar breinaalden besteld op naam van Peen van der Rande. Van der Rande is haar en mijn achternaam, dus da's logisch. Maar bij de breinaaldenfabriek snapten ze er dus niks van.

Tja. Geen sterk verhaal, maar mooi dat ik nu wel een blogje met foto's over die koker heb geschreven en 'm gerust weg kan doen.

Valt u trouwens iets op die foto's op? Ik zeg niks, maar twee trouwe lezers weten nu vast genoeg.

De hartelijke groeten en tot een volgende keer maar weer!

zaterdag 2 december 2017

Drie kantjes moederliefde

Lezers van het eerste uur weten het vast nog wel. Onze zonen hebben een ongewoon grote belangstelling voor de Tweede Wereldoorlog. 

Ons oudste Polletje spant de kroon. Hij heeft er een bijzondere neus voor en zijn belangstelling groeit alleen maar met de jaren. Overal en nergens haalt hij spullen uit de Tweede Wereldoorlog vandaan. Hij koopt het een en ander, maar krijgt ook regelmatig wat. Mensen weten hem inmiddels te vinden en vertrouwen hem steeds meer spulletjes toe. Soms heel persoonlijk waardevol materiaal. En hij dóet er ook echt wat mee. Hij onderzoekt, ontcijfert, vertaalt, verbindt, speurt op internet en legt contact met het NIOD en met veteranen en nabestaanden. Sommigen zijn blij met zijn informatie, belangstelling of vragen, anderen helemaal niet.

Een tijdje geleden kocht hij een veldpostbrief van een handelaar. Een Duitstalige brief, geschreven in december 1944, die niet bezorgd kon worden, omdat de geadresseerde inmiddels krijgsgevangen was genomen en zoek was. Drie kantjes moederliefde aan haar zoon die eerst ergens bij Nijmegen gelegerd was.
Polletje zocht het uit. Hij wist ongeveer waar hij het zoeken moest in het verre, verre Duitsland. Deze zoon was toentertijd bezig met een opleiding voor opticien. In Hermsdorf bleek nu nog een optiek gevestigd te zijn, gerund door de dochter van. Op Polletjes e-mails werd niet gereageerd. Polletje liet toen een Duitse vriendin naar de optiek bellen en legde zo contact. De soldaat van toen is nog in leven, 91 jaar oud, en heeft door de inspanningen van Polletje een paar weken geleden dan toch eindelijk de 73 jaar oude brief van zijn moeder in handen gekregen en kunnen lezen. Hoe gaaf is dat!




donderdag 23 november 2017

Breibedrijf De Grijze Geitenbreister

Laatst kreeg ik een leuk verzoek van iemand. Ze had ooit, in een grijs verleden, wol gesponnen en getwijnd en van iemand anders een mouwvestje gekregen dat net niks was. Dat vestje was gebreid van ook zelfgesponnen én zelfgeverfde wol. Met kleurstoffen uit de tuin van die creatieveling. Lekker onregelmatig en zo puur en écht! Of ik er wat mee kon. Want ik dreigde in een gat te vallen, omdat mijn eigen breiprojectje bijna af was.
Ik moest er even over nadenken, maar bedacht toen dat ik er wel een streepjesvest voor haar van kon brouwen.
Het was net een klein baby'tje in de buik, dat vest. Ik schreef tijdens het breien aan de opdrachtgeefster het volgende:
Je vest is nu bijna 3 weekjes oud en nog heel klein, 17 cm (maar het hartje klopt al). Het heeft drie strepen, waar ik nog steeds over twijfel. Uithalen kan altijd nog / nog altijd... In de komende weken zal ie een groeispurt doormaken! Slechte sfeerfoto's vind je in de bijlages en gil ajb heel hard als je het nu al niks vindt. Je bent altijd welkom voor een pretecho!

Mensen, ik vind breien zo fijn. Een uurtje breien per dag scheelt hele centimeters kwik op de bloeddrukmeter. Die draad glijdt zo heerlijk door je handen, krult zich zo gezellig om de naald heen en tegelijkertijd kun je wegdromen, lezen (met wat moeite, maar het lukt), naar iets luisteren of tv-kijken. Deze wol is zo zacht en natuurlijk; mijn handen hebben een complete schoonheidsbehandeling ondergaan door dat wolvet.



En nu is het vest af. Gelukkig gaat de opdrachtgeefster de 359 draadjes zelf wegwerken. Of niet, want je ziet er niets van. 
En val ik nu in een gat? Nee, inmiddels ben ik alweer begonnen met een nieuwe opdracht. Een vest voor mijn lieve moedertje. 

zaterdag 21 oktober 2017

Scherp

Omdat ik, ondanks bril, soms wel heel erg met mijn ogen moet knijpen om het een en ander scherp te kunnen krijgen, maakte ik maar eens een controleafspraak bij de brillenwinkel. Zo'n grote keten, ik zal geen naam noemen. Na een kort vooronderzoek door assistente met pufjes ('U doet het prima, hoor') en de vraag of ik ook een hooronderzoek wilde ('Nou nee, ik hoor al meer dan me lief is') werd ik in een open kamertje geplant. Op een veel te hoge stoel. Daar kon ik al benenbengelend minstens tien minuten luisteren naar een kletspraatje over niets tussen mijn toekomstig oogmeter en een collega. Tien minuten! En ik maar wachten... Daar kan ik niet bij, hoor. Je maakt toch een afspraak?
Ik begon te twijfelen aan deze missie. Had ik niet beter de oogarts kunnen inschakelen? Daar moest ik toch binnenkort heen.
Eindelijk kwam de oogmeter dan binnen. Die moest meteen alles van me weten. Of ik ook medicijnen gebruik. En aan ziektes lijd. Ja, maar dat staat allang in het dossier wat ze zorgvuldig lijken bij te houden. Ze typen er elke keer langdurig in. Daarom ga ik naar die zaak, dat ik niet alles opnieuw hoef te vertellen. Of ik ze toch even opnieuw wil opnoemen. Nee dus. Daar had ik geen zin in. Het is daar gewoon een commerciële winkel en ze pretenderen van alles, maar mijn medicijngebruik vind ik behoorlijk privacygevoelige informatie die ik niet met jan en alleman hoef te delen. Zeker niet met iemand die duidelijk die informatie niet kan duiden. En ook niet hóeft te duiden, dat doen de specialisten wel.
Ik noemde alleen Plaquenil omdat dat middel duidelijk invloed heeft op het oog en de dosering ervan onlangs is gewijzigd. Vervolgens noemt de erkende, opgeleide en zogenaamd deskundige oogmeter dat middel consequent Plakkonie. Mijn vertrouwen in de zaak nam zienderogen nog meer af.
Eindelijk begon hij dan te meten. Dat bleek een probleem. Ik ben onmeetbaar. Op rechts. Dat oog doolt en zwalkt maar wat rond. En dat lag aan de Plakkonie, dacht hij. Ik moest over twee weken nog maar eens terugkomen, dan zou het misschien wel beter gaan, omdat het oog nog moest wennen aan de andere dosis (het linkeroog blijkbaar niet). 'Want, mevrouw,' zei hij zwaarwichtig: 'Het lichaam reageert heel erg op medicijnen, hoor. En het oog is ook een deel van het .... lichaam!!!!' Tssss, nou zeg. Wat een openbaring. Dat ik dat nu pas hoor, zeg.
U begrijpt dat mijn vertrouwen tot onder het nulpunt was gedaald. Maar nog trok ik mijn mond niet open. Ik liet alles maar weer over me heen komen. Ook het eindeloze getyp bij het maken van een vervolgafspraak. Zit ik daar over twee weken weer. Of niet. Want ik zie opeens heel scherp: ik moet daar niet meer naartoe.