dinsdag 21 maart 2017

Schoon genoeg + update

Nou, u overlaadde mij wel met enthousiaste reacties op mijn vaatdoekenactie.
Not.
Tsss, terwijl het zulke fijne doekjes zijn. U weet niet wat u mist. Ik zal nóg eens een prijsvraag uitschrijven, mopperdemopper. Of vindt u uw aanrecht wel schoon genoeg?
De reacties die er kwamen waren natuurlijk stuk voor stuk heel leuk en goed  en dichterlijk en vaatdoekwaardig. Maar er kan er maar eentje winnen en dat is Cisca uit Servië! Arme Cisca, in Servië bestaan helemaal geeneens geen vaatdoeken niet. Da's toch zielug? Stuur je me je adres en de gewenste kleurencombi? (purperpolletje@gmail.com)

Update: Nououou moe. Ook Cisca wil niet... Ipie dan wel?

maandag 13 maart 2017

Win een Purperpolvaatdoek!

(Leest u hier om een vaatdoek te winnen? Scroll dan even vijftien centimeter naar beneden. Dan bespaart u zichzelf een hoop geleuter.)

In de afgelopen vier maanden breide ik drie  truien en twee colsjaals en ik haakte ook nog twee vaatdoekjes. Dat lijkt heel productief, maar dat was het niet. Ik ben op handwerkgebied nogal een hatseflatser. Ik doe eerst maar wat voor ik denk. Als ik een foutje maak, pas ik gewoon het een en ander weer aan zodat ik weer verder kan. Dat pakt meestal wel goed uit, maar niet altijd.
Die eerste colsjaal was veel te wijd. Bij die dingen komt dat nogal nauw, zoals u wel kunt begrijpen. Het is wel fijn als zoiets ook aansluit. Maar de tweede versie was goed gelukt en dik vriendinnetje had deze winter een warm nekje.

Ik breide ook nog drie truien. Wel met telkens dezelfde bollen wol, dat u niet denkt dat nu mijn kledingkast uitpuilt. Tuurlijk niet, daar vind je alleen maar geordende minimalistische nette stapeltjes. Ahum.
In de eerste trui leek ik net een worst. Uitgehaald. De tweede trui bleek een tent, maar dat zag ik pas nadat ik 'm helemaal af had gebreid op een rondbreinaald. Aan een stuk. Technisch verhaal, maar neem van mij aan dat je pas ziet wat je hebt gemaakt als je helemaal klaar bent. Ook uitgehaald. En nummer drie is bijna helemaal perfect. Het is eigenlijk een vest, maar ik heb 'm dichtgenaaid en dat ging een scheetje beef, dus nu moet ik dat nog even herstellen. Maar daar heb ik gelukkig minstens acht maanden de tijd voor, want koud wordt het niet meer. Toch?

Aan de vaatdoekjes kon niet veel misgaan. Behalve dan dat de mannelijke Pollen ze tuttig vinden. Jammer dan, ik geniet van die fleurigheid op mijn aanrecht. Bovendien absorberen ze perfect en vegen ze lekker schoon (voor het oog, want het zijn natuurlijk eigenlijk bronnen van bacteriën. Maar dat wil ik niet horen).
Wilt u ook een Purperpollerig vaatdoekje? Doe mee met de prijsvraag! Uw oplossing kunt u hieronder kwijt, bij de reacties. Volgende week verloot ik een haaksel onder de goede inzendingen. 😉


Maak de slagzin af: Een vaatdoekje van Purperpolletje is ...

vrijdag 3 maart 2017

Drie dingen om voor altijd goed te onthouden

1. Dat je ook te veel buikspieroefeningen kunt doen.
2. Dat ik geen Arie Ribbens ben.
3. Dat een batterij een plus- en een minkant heeft, die echt wel gemakkelijk te herkennen zijn.

Toelichting.
1. Nadat ik zeven weken mijn buikspieren totaal genegeerd had, dacht ik opeens weer aan ze. Op een luie zaterdagmorgen, in mijn warme bed. Ze bleken er nog te zijn, in ongetwijfeld een rafelige touwtjesconditie met her en der een wel heel zwak plekje. Ze knapten nog net niet. Ik merkte wel dat ze het fijn vonden dat ik weer eens aandacht aan ze besteedde. Alles wat je aandacht geeft, groeit, dus naast dat denken aan die elastiekjes deed ik ook nog een halfslachtig spelletje met ze. Iets ingewikkelds met omhoogkomen en aanspannen en zo. Niet te veel, niet te vaak, dacht ik nog, want opeens een overdosis liefde kan averechts werken. Twee keer vijf sit ups zouden ze toch wel aankunnen?
Dat konden ze niet.
Voorlopig geef ik mijn rudimentaire overblijfselen maar weer veel rust. Dat hebben ze wel verdiend.

2. Eens in de zoveel tijd lees ik een boek waar ik de schrijfkriebels van krijg. Zo wil ik ook kunnen schrijven, denk ik dan. En dan doe ik een poging en dan komt er zo'n slap aftreksel uitrollen waar ik me voor schaam en dan geef ik het weer snel op. Dat begon al toen ik een jaar of 10 was en zelf een De olijke tweeling-lookalike probeerde te schrijven. Mooi dik schrift ervoor gebruikt, maar liefst een halve bladzijde vol geschreven voor ik het bijltje er weer bij neerlegde. Ik weet nog ik de zussen noemde: Patty en Kitty. Er volgden nog meer pogingen, waaronder zelfs een gooi naar een baantje als columniste bij de Libelle, maar alles bleek tevergeefse moeite.
Je zou zeggen dat ik daar inmiddels wel wat van had kunnen leren, maar vorige week bedacht ik dat ik, voor de lol (mijn ambities worden al reëler), weleens een carnavalskraker zou kunnen schrijven.

Weet je wat ik wel zou willen zijn?
Een bloemetjesgordijn, een bloemetjesgordijn.
Van het plafond tot op het raamkozijn:
Een bloemetjesgordijn, een bloemetjesgordijn.


Dat is toch eigenlijk een verbluffend originele vondst, waar ik dan toch heus ook wel op zou kunnen komen???
Nee dus. Ik kwam niet verder dan:

We hebben een koe op zolder
Maar zijn vachtje zit vol roos
We gebruiken head en shoulders
Nu smaakt zijn melk naar abrikoos.

Maar nu ik dit zo lees, zie ik toch wel hitpotentie. Of trap ik nu weer in de val?

3. Ik moet altijd, altijd zoeken naar de plus- en minkant van de batterij en naar die onleesbare symbooltjes in de apparaatjes waar die dingen in moeten. Zoiets kan ik dus niet onthouden, net zoals mijn leerlingen niet onthouden hoeveel 72:9 is. Dat vind ik onbegrijpelijk. Ook van mezelf dus. Dus ik ging er even voor zitten en nu ga ik het u uitleggen, want daar leer ik het meest van. Daarom ben ik ook zo slim: ik leg de hele dag Ingewikkelde Dingen aan kinderen uit en daar word ik zelf hyperintelligent van.
De kant met het bolletje is de pluskant. Die kant heeft een maatje meer. Plus-size, dus. De minkant is plat. Dat is niet leuk voor die kant, want iedereen wil wel wat aantrekkelijke contouren hebben. Omdat de minkant zo zielig is, mag hij op de kant met de veer in het apparaat, heeft hij toch nog wat leuks. 
Simpel toch?

dinsdag 14 februari 2017

Polletjeshumor

Op het memobord in de keuken van huize Pollenstein worden soms wel heel vreemde boodschappen geschreven...


(Boven mijn boodschap, onder de boodschap van het jongste Polletje, een dag later erbij geschreven.)

vrijdag 10 februari 2017

Pomodoro-techniek

Ik ga u iets bekennen.

Ik ben een ongedisciplineerd wezen.

Ik vertoon werkvermijdend gedrag - ik ben een ster in het verzinnen van nutteloze klusjes en het bekijken van zinloze sites, in plaats van het werken aan handelingsplannen, boekhouding, voorbereidingen, verslagen, methodestudie en het raadplegen van vakliteratuur.
Ik ga te laat naar bed.
Ik beweeg te weinig.
Ik houd me gemiddeld twee dagen achter elkaar aan een nieuwe, gezondere leefstijl. En vervolgens zes weken niet.
Ik vergeet de zakken van mijn broeken leeg te maken voor ik ze in de was doe.
Ik verslof het huishouden.
Ik verwaarloos dit blog.
Bij mijn bed ligt een kubieke meter rondslingerende kleding.

Ik doe ook niets goed.

Maar sinds een weekje gaat het beter. De oplossing: de pomodoro-techniek. Een trucje om jezelf aan het werk te houden. Je koopt een kookwekker in de vorm van een pomodoro, een stronk broccoli, een appel, een banaan, een kip, een Engels dropje, een peer of een aardappel. 't Is maar net waar je het meest op lijkt, want dat werkt het best. In mijn geval dus een aardappel.
Je zet 'm op 25 minuten, werkt 25 minuten onafgebroken en geconcentreerd aan een taak die je van tevoren al had bedacht, dan vijf minuten beweegpauze. Dit herhaal je drie keer. Daarna een wat langere pauze en het circus begint weer opnieuw.


Ik krijg dan nu dus telkens in die 25 minuten veel werk af, want ik kan heus wel werken als een paard. Heerlijk is dat. Tot zover missie geslaagd.

In die vijf minuten doe ik natuurlijk kniebuigingen, push en sit ik me up, ruim die berg kleding op, ren de trap tien keer op en af, veeg het stoepje, geef de wc een beurtje, zuig stof, haal de was af, hang de was op, spring touw, schuur de gootsteen, sop de plinten, post een brief, ragebol het rag, stof af met klam doekje, maak het bed op, bewater planten enzovoorts, enzovoorts.

Maar nu moet ik u nog iets bekennen. Dat gewauwel in de voorgaande alinea is pure fictie. Dat zijn maar voornemens, maar het komt er niet van. Grote Pol maait een deel van dat gras voor mijn voeten weg, want dat is een sublieme huisman. Dus die was hoeft bijvoorbeeld helemaal niet. Ja, dat is heel luxe. En nee, u mag hem niet lenen.
Maar ik blijf dus te ongedisciplineerd. Daar moet ik iets op verzinnen. Een of ander techniekje. Een kookwekker helpt niet. Het moet extremer. Grof geschut. Iets met opzwepende harde muziek, met dreunende bas en een vette beat erin.
Maar ik hou niet van hard. En een dreunende bas. En ook niet van muziek met een vette beat.
Blijf alleen die zweep zonder muziek over. En dat is natuurlijk geen optie. Dat begrijpt u.

dinsdag 7 februari 2017

Het verband tussen snoeptomaatjes en vakantiewerk

Ons oudste Polletje is wel van bed, maar niet van tafel van ons gescheiden. Hij eet hier zo'n vier keer per week. Krijgt ie tenminste nog iets van groente binnen. Inmiddels is hij wat beter op zijn voeding gaan letten, het is een fanatiek sporter, en probeert hij op die andere drie dagen zo af en toe ook nog een vitamientje mee te pakken.
De paprika die hij zondag mocht meenemen naar zijn kamer, hoefde hij niet, want hij had nog groente die op moest. Wat dat dan was, vroeg ik vandaag. Snoeptomaatjes, zei hij nadenkend. En hij filosofeerde er achteraan: eigenlijk is dat hetzelfde als vakantiewerk. Het zijn twee vervelende dingen, werk en tomaatjes, en dan plakken ze het tegenovergestelde ervoor om het aantrekkelijk te maken, maar het blijven allebei rottige dingen.

Ik hoop intens dat hij tot in lengte van dagen zulke opmerkingen blijft maken!

dinsdag 24 januari 2017

Pindakaas!!!

Vandaag is het de Nationale Pindakaasdag en waar kun je dan beter mee ontbijten dan met een verse boterham met het bruine goud? Mmmm. Zo lekker.

Ik weet het, het uitroepen van zo'n dag is een marketingstunt, maar dat vind ik in dit geval helemaal niet erg. Trouwens, voor mij is het praktisch elke dag wel pindakaasdag.

Nog lekkerderder vind ik zo'n bammetje met schijfjes komkommer en sambal, maar da's meer voor de lunch.






De Polletjes waren er vroeger ook verzot op en Kleuterpolletje 1 noemde het om d'een of d'andere reden altijd Píkkeballe (met een verzaligd lachje op z'n smoeltje) en dat bekt me toch lekkerrrrrr...

vrijdag 20 januari 2017

Afzien (en een lesje woordenschat)

Ondanks mooie termen als ruige rijp, uitsneeuwende mist en ijsvrij, vind ik het maar niks. De winter is afzien. Stram en stijf, moe en lusteloos ben ik.
Nee, vroeger... Vroeger was ik nog flink en dapper. Ik fietste 's morgens vroeg fluitend naar mijn werk, tussen de ramenkrabbende medemens door die ik zielig vond. Die lui waren slap en dom, want die pakten de auto en hadden niet door dat fietsen zoveel sneller gaat en je zintuigen op alle mogelijke manieren zo prettig kan prikkelen. Ook als het glad, koud en donker is.
Een muts zou ik nooit dragen, daar had ik altijd al een hekel aan gehad. Het eeuwige moedergezeur daarover deed ik af met de puberrollendeoogbeweging die ik nu bij mijn eigen kroost zie als ik weer eens goedbedoelde tips geef. Handschoenen als het warmer is dan -2 graden niet nodig. Aan thermo-ondergoed en warme skisokken dacht geen haar op mijn hoofd.
Ik genoot van de kou, de frisheid, het prachtig witte landschap, de kale bomen waarvan de structuur en ook de kleur van de bast zo mooi is.

Maar nu ben ik zelf slap. Ik zit bovenop mijn kacheltje, eet nog eens een sinaasappeltje, snuit mijn neus, smeer een laagje vaseline op mijn schrale wangen, krab eens aan de korstjes in mijn mondhoeken, brei warme wollen trui nr. 28 en wacht tot het voorbij is.

Ondertussen speur ik naar lichtpuntjes. Dat het alweer langer licht blijft is fijn. Dat ik nog steeds vage sandaalstrepen op mijn voeten heb is hoopvol. Dat ik soms een duif hoor koeren en een uil roepen is het bewijs dat de vogels heus nog wel kunnen fluiten. Dat er katjes en knopjes aan de bomen verschijnen het bewijs dat er leven in zit. En als ik eens naar buiten ga (zowaar zo af en toe mét muts) geniet ik heus wel van de frisse, heldere lucht. En van de ruige rijp en de uitgesneeuwde mist.

Maar lantaarnpaalstaren zal ik nooit doen (in het donker naar het licht van een lantaarnpaal staren om te kijken of het al sneeuwt).
Geef mij de gele terrorist maar (de februarizon die al wat kracht krijgt en het maagdelijk sneeuwdek laat smelten).