woensdag 27 augustus 2014

3 x scherp

1.
Journaal: '37% van de kiezers is op komen dagen.'
Polletje: 'Nee, da's niet waar: 100% van de kiezers is op komen dagen!'

2.
Na jaren klooien met botte mesjes van respectievelijk Blokker, Xenos en AH kocht ik een echt mes. Een molenmesje. Ooit al eens bij De Wilde Keuken gezien, maar steeds niet tot koop overgegaan. Nu wel. Vlak voor we op vakantie gingen. De laatste dagen in Limburg verlangde ik langzamerhand meer en meer terug naar huis. Niet vanwege de Polletjes, mijn bed, mijn stoel, de bibliotheek, fietsen. Nee. Naar vanwege mijn molenmesje. Het moet niet gekker worden. Hier kun je ze kopen.

3.
Zo is hij.
Zo is hij nu eenmaal.

Een wereld van verschil maken die twee woordjes.

Het drukt een verschil in acceptatie, aanvaarding, van iemand uit. Als je zegt dat iemand zo is, erken je een persoon in zijn wezen, in zijn zijn. Hij mag er zijn zoals hij is. Ook met dat moeilijke gedrag, ook met die nare trekjes, ook met die jampotbril. Het kan uitdrukken dat je verder kijkt dan het gedrag. Wij zeiden vroeger tegen stoute Polletjes: je doet vervelend, maar je bent lief.

Als je zegt dat iemand nu eenmaal zo is, drukt dat naar mijn idee juist geen volledige aanvaarding en erkenning van iemands wezen uit. Het lijkt wel zo, omdat je het met een schouderophalen zegt, maar ondertussen zie je maar een deel. Je ziet het verkeerde, moeilijke, de jampotglazen, maar niet zijn prachtige blauwe ogen.
En je geeft impliciet aan dat er ook geen verandering te verwachten valt. Moedeloos ben je. Of cynisch. Hardvochtig misschien.

Dit nieuwe schooljaar wens ik leerkrachten, kinderen en ouders toe dat ze elkaar werkelijk zullen zien. Heel scherp. Maar ook zacht, met ogen vol liefde.

maandag 25 augustus 2014

Hoogste tijd...

...om het blogcircuit weer op te hoogte te brengen van de lotgevallen van Purperpol. Het leven van uw Purperpol is eigenlijk heel saai. Geen spektakel, geen diepe gevoelens, geen grote woorden en geen sensatie. We gingen op vakantie. Niet heel interessant voor u, denk ik. Kort:
Zuid-Limburg - 10 dagen - geweldig huisje (tip!) - veel gewandeld - veel gelezen en stil geweest - Polletjes waren al die tijd alleen thuis (goed gegaan gelukkig). Vooruit, ik doe er wat fotootjes bij:

Lekker, uiensoep met bakken kaas!

Bonnenfantenmuseum, naaiatelier van hout (echt su-per-gaaf)

Onderwerp voor linosnede (zie hieronder)


Houthok in onze tuin

Uitzicht op Miljoenenlijntje
Even over die Polletjes: ze zouden het huishouden tijdens onze vakantie wel overnemen en ook gezond eten. Vooraf hadden Grote Pol en ik de grotere klussen gedaan (badkamer schoon, ramen gelapt, keuken geboend etc.). Toen we thuiskwamen stond de afwas torenhoog op het aanrecht en de stofzuiger midden in de kamer. Ze hadden ons duidelijk nog niet verwacht. En dan nog: 'Nou, ik snap niet waarom jullie zo moeilijk doen over het huishouden, het stelt echt niets voor.'

Nu ben ik weer lekker opgeladen en wil ik erg veel doen, maar daadwerkelijk aan de gang gaan is lastig. Er móeten ook echt dingen, die doe ik keurig. De dingen met minder urgentie blijven telkens maar uitgesteld. Een lijstje? Ja, leuk.
- ramen lappen (blergh)
- linosnijden (woepie)
- sporten (hoognodig)
- huis opnieuw behangen (idem)
- iets van een naambordje van Stap op bedenken en maken bij de voordeur (te grootse ideeën)
- T bezoeken (ik ben je niet vergeten, hoor!)
-  meer bloggen (jaaaa!!! doe ik NU al!)
- nieuw haak- of breiproject beginnen (iemand een idee/verzoek?)

En nog zo wat zaakjes...
Sorry mensen, ik moet er echt weer een beetje inkomen. Dit is een blogje van niets, maar u moet maar bedenken dat de kop er weer af is. Slechter wordt het niet. Tot de volgende keer maar weer!

donderdag 24 juli 2014

Avontuur in het schnabbelcircuit

Binnen een uur was ik zowel een schuifelende kerk van Uikemene, als raadslid uit Decibel, als een vrouw met bloemkoolneus uit Afzette-Rije en als klap op de vuurpijl: Geesje met het harpje. Jan Terlouw had in zijn boek Koning van Katoren Geesje een gitaar toebedeeld, maar daar kan ik niet op spelen, dus mocht een harpje ook.
De basisschool van de Polletjes bestond in 1999 veertig jaar en vierde dat met een musical. Geesje zong het lied over de geschiedenis van de Stoel van Stellingwoude en daarbij werd ik gescout door mensen van een natuurminnende stichting uit een naburig dorp op de Veluwe.

Die stichting wilde hun natuurcentrum feestelijk openen en niets leek hen leuker om uw eigen Purperpol daarbij een lied te laten zingen, waarbij zij zichzelf begeleidde op de harp. Nederig en verlangend vroegen ze om mijn medewerking, waarbij ze mijn zang-, acteer- en speeltalent de hemel in prezen.
Ik durfde geen nee te zeggen, vond het een eer en droomde al van een glansrijke carrière in het schnabbelcircuit. Ik oefende me suf op het ingewikkelde en vooral lange lied dat voor de gelegenheid door de man van een hotemetoot van de stichting geschreven was, op de wijs van een gezang uit het Liedboek der Kerken. Ik was ook best benieuwd naar mijn beloning, maar durfde er vooraf niet om te vragen, laat staan dat ik zelf een bedrag noemde.

De feestavond vond plaats in de plaatselijke feestzaal voor al uw bruiloften en partijen, en na een toespraak of wat, een komische sketch van een lokale inwoonster die folklore met iets wat in de verte leek op cabaret verenigde, nog een toespraak, 124 dia's, een toespraak en een filmvertoning van drie kwartier heideveld en een half hert op 3 kilometer afstand, was ik, het slotakkoord, aan de beurt. Op gedragen wijs, met schallende stem en fenomenaal harpspel werkte ik me door de acht lange en saaie coupletten heen en ontving een daverend applaus; de mensen waren blij dat het was afgelopen. De melodie kwam hen na deze grande finale de neus al uit, moet u nagaan wat urenlang oefenen mij gekost had.

Een dankwoord aan de sprekers, filmers, mensen van het geluid, het licht, de garderobejuffrouw, de plaatselijke supermarkt, schoen- en klompenmaker, de mevrouw achter de foldertafel, de diaprojectormensen, bediening en alle genodigden en andere belangstellenden volgden en de folkloristische grapjas en ikzelf werden nogmaals toegeklapt.
Als dank voor al dit lijden en de urenlange repetities kreeg ik een suf boekje dat al na drie maanden na verschijnen voor vier gulden bij De Slegte lag. Met een bosje rozen was ik stukken blijer geweest.

Vanmorgen las ik in het plaatselijke sufferdje dat het centrum zijn deuren sluit.  Als ze me vragen voor een feestelijke gedenkavond, zeg ik, denk ik (durf ik?), NEE.

Disclaimer: bovenstaande gebeurde vijftien jaar geleden. Het kán zijn dat ik enkele feiten ben vergeten of heb toegevoegd. Het verhaal is ook enigszins verkleurd door mijn emotie. De essentie van het verhaal klopt echter wel. Overigens: ik draag de stichting nog steeds een warm hart toe. 

zaterdag 19 juli 2014

Afscheid van een lange periode

Een lange periode van 5 jaar, 6 maanden en 17 dagen slikte ik prednison. Tot vandaag om precies te zijn. Vanmorgen om 9.12 uur slikte ik na een afbouwperiode van ongeveer 6 maanden de laatste dosis van 0,5 mg.
Prednison, het middel dat mijn leven misschien wel redde. Prednison, het middel waardoor ik nachtenlang wakker lag, hallucinaties kreeg, ballonwangen, onderkinnen en varkensoogjes, bolle buik en nog vollere borsten, de hele dag door trek en een flink deel van m'n haren verloor.
Dag, vieze roze, onschuldig ogende pilletjes met hoge doses rommel, dag, vies drankje van de laatste maanden. Ik zal je niet missen, al kreeg ik een hoop creatieve ideeën door jou.
Ik hoop je hier nooit meer te zien!

woensdag 2 juli 2014

Onzekere tijden, maar gelukkig heeft Grote Pol toch maar twee ogen

Ik heb een gebrek, zei de gek. Dat wist u allang, maar nu heb ik weer een nieuw gebrek voor u. Iets waar u nog niet van wist.
Ik heb namelijk een koffiezetgebrek. Vanavond had ik een kennismakingsgesprek met een mogelijk nieuwe klant van Stap op en daar moest ik natuurlijk wel een goede indruk op maken. Als laatste voorbereiding zette ik verse koffie, want Grote Pol was er niet. Ik drink zelf geen koffie en weet daarom niet hoe mijn brouwsels smaken. Dat maakt me onzeker en de drempel om koffie te zetten wordt steeds hoger. Maar goed, ik deed het! De klant wilde thee, dus als u wilt weten hoe die koffie van mij smaakt, komt u maar even langs. Hij is nog vers.

Zo'n gesprek maakt me dus ietwat onzeker vooraf. Dus ga ik schoonmaken, want opeens zie ik dan allerlei stofrandjes, - hoopjes, -richeltjes, -nestjes,
spinnenrag,
rondslingerende eenzame stinksokken (ik vind er tegenwoordig elke dag een stuk of vier),
schoenen met gaten,
dooie vliegen,
fietslichtjes,
leesbrillen (op het sleutelplankje lagen er drie! - Grote Pol heeft twee ogen, dus hij overdrijft weer flink),
lege batterijen,
verbogen paperclips,
schroeven, bouten, moeren, spijkers, nippeltjes, ringetjes en dingetjes,
honkbalknuppels,
kappersscharen,
olifantennagelknippers,
hunebedbouwerbeitels,
scheepsroeren,
bananenboomkapmessen,
strijkstokken (zonder geld),
hondenkarren,
machinegeweren en
dirigeerstokjes ...

die ik anders niet zie. Dus moet je gebruikmaken van zo'n bui. Ik overdreef overigens lichtelijk bij die opsomming, maar die drie brillen lagen er echt, echt waar. En elders in huis liggen er nóg minstens vijftien a twintig wantmeneerzoueensgeenbrilbinnenhandbereikhebbendanzijnderapengaarenbarstdebomooknogeens.

Dus het huis is weer netjes, tussen voordeur en praktijk. En nogmaals: de koffie staat klaar. Hij is nog steeds vers.

Mocht u denken: waarom schrijft die Purperpol nu weer zo'n onzinnig blogje? Dat komt omdat ik vandaag twijfelde of ik wel door zou gaan met dit blog. Ik heb een onzekere dag, dat blijkt wel. Maar toen zag ik opeens dat ik zomaar drie reacties had van een door mij hooggeachte medeblogger en dat ik er hier weer volgers bij heb. Ik bedacht me dat ik die mensen anders enorm zou teleurstellen. Maar goed, dan zou ik ze in ieder geval wel een kopje koffie kunnen aanbieden. Hij is nog vers.

zaterdag 28 juni 2014

Stofexplosie

Hijg, hijg, puf, puf. Er is weer een week voorbij.
Een week van orde op zaken stellen. Een van de Polletjes kan wegens z'n gipsbeen (van lies tot enkel) tijdelijk niet in zijn hoge hoogslaper terecht en dus maakten we het onderbed van het stapelbed van het andere Polletje klaar. Omdat het andere Polletje op bivak was, had ik de gelegenheid het een en ander goed schoon te maken en op te ruimen.
Ik zal niet veel zeggen - privacy enzo, ik krijg hier waarschijnlijk al grote problemen mee (wens me sterkte) - maar het was wel Heel Erg Nodig. Mijn lievelieve jongen van zestien, van wie ik heus heel veel hou, daar niet van, is nog niet in staat zijn kamer zelf opgeruimd en schoon te houden. Daar kan hij niets aan doen, dat komt gewoon door zijn frontaalkwabje. Dat is zich nu gelukkig razendsnel aan het ontwikkelen, dus binnenkort, over een jaar of vijf, is de ellende voorbij. Tot die tijd is het behelpen. Schipperen tussen bemoeizorg, aansporen, loslaten, dwingen en vrede bewaren. Kortom: De Puberteit.

Er ging overigens iets mis tijdens het schoonmaken. Vanwege een stevige huisstofmijtallergie bemoei ik me zo min mogelijk met onze stofzuiger. Als ik het ding zie, begin ik al te niezen. Maar nu was ik zo gedreven door de schoonmaakkriebels dat ik moedig het zuigmonster (speciaal modelletje voor mensen met allergie) inzette om al het huid- en haarafval, brood- en chipskruimels, textielvezels en andere menselijke, dierlijke en plantaardige restproducten rigoureus te verwijderen. Maar de zak was vol, bleek vanmorgen toen ik Grote Pol ten einde raad vroeg of hij daar eens naar wilde kijken. De StofzuigerZak, dat is een ding waar ik maar aan hoef te denken om traanogen, een aanhoudende niesaanval van minimaal tien minuten en een gekmakende kriebel in mijn verhemelte van te krijgen.
Ik heb dus in al mijn ijver alleen maar stof verspreid en daarom heb ik nu dus al dagen last van jeukende ogen, kriebels in m'n neus, een verhemelte waar de vellen vanaf hangen (ik krab met mijn tong) en onbedaarlijk harde niezen.
Als ik weer een beetje energie heb, want van al dat verpleeg en verzorg word ik ook nog 's 'gewoon' heel moe, ga ik het hele huis (laten) dweilen. Of heeft u betere en vooral snellere ideeën om van deze stofontploffing af te komen?

Dit berichtje doet me denken aan een strip van Hein de Kort, dat Grote Pol lang geleden uitknipte uit een tijdschrift. Het is wel wat grof, dat past helemaal niet bij me, maar ik moet er toch telkens weer om lachen...

Hier stond dus die strip, maar ik heb 'm er toch af gehaald, voelde me er niet prettig bij...

vrijdag 20 juni 2014

Blessuretijd


Vorige week nog liep ik vrolijk een klompenpadroute. Samen met twee vriendinnen vormen we het trio De drie mutsen. En mutsen datteme deden!
De eerste muts was keimoe en dacht dat de andere mutsen zo mutserig waren dat ze het niet zouden merken.
De tweede muts liep te miepen dat ze een muts was, maar ze was het niet. De hele wandeling was ze blij van gemoed en kletste de hele boel vrolijk aan elkaar.
De derde muts was ik. Ik was de mutserigste muts die je kunt hebben, want ik liep al wandelende een acute blaasontsteking op. Tussen de plasjes door (in de wc-eend van Appie Melissen) oreerde ik dat de Polletjes eigenlijk wel mutanten moesten zijn. Zowel Grote Pol als ik houden niet van sport, van stoerheid, gebroken nachten, bivakkeren in het open veld, soldaatje spelen, soldaatje worden en soldaatje zijn. En de Polletjes wel. Heel erg wel. Van wie ze het hebben, weten we dus niet. Ook onze (voor)ouders hebben/ hadden voor zover wij weten deze genen niet in hun bloed. Grote Pol en ik hebben/hadden wel allebei een Stoere Broer, dat dan weer wel.

Tijdens die wandeling liet ik me ook ontvallen dat ik bang* was dat een van de jongens een gebroken arm of zo zou oplopen tijdens hun kamp. De Pollen hebben namelijk nog nooit iets gebrokens gehad. En met al die fratsen die ze uithalen (abseilen, klimmen, tokkelen, bruggen bouwen, speedmarsen, terreinwerk en nog meer engs), zit die kans er natuurlijk wel in. Maar nee. De Polletjes kwamen vrijdagmiddag opgeruimd en heelhuids en -bots thuis. Ze hadden het weer fantastisch gehad.

Een dag later was het mis. Heel erg mis. Daar schrijf ik hier verder niets over, want dat wil dit Polletje niet. Dat ik dit schrijf is al te veel, eigenlijk. Maar ik ben er even niet, dat begrijpt u.

* Dat soort angsten heb ik vaker. De Polletjes lachen me erom uit en steken de draak met me, waarover ooit nog een ander berichtje. 

woensdag 11 juni 2014

De veertien kleuren van Huize Pollenstein

Al die regenbogen van de afgelopen dagen wezen me op de kleuren in ons huisje. Via de website www.postcode.nl kan de nieuwsgierige mensch de oppervlakte van elke Nederlandse woning vinden en zo kwam ik erachter dat wij op een schamele 82 vierkante meter ons gezinnetje met alle bijbehorende artikelen huisvesten.
Grote Pol en ik houden van veel kleur, maar de laatste jaren wil ik alleen maar meer wit, meer rust. Grote Pol vindt dat maar niets, saai enzo, dus verandert er eigenlijk niet veel. En als we dan in de winkel staan, vind ik het ook een soort van zonde om alleen maar wit te kopen. Áls je dan verf koopt, moet je ook kleur kopen...

Ik neem u even mee! Omdat de foto's niet altijd de ware kleur weergeven, beschrijf ik ook nog maar even om u het juiste regenbooggevoel te geven.

1. Een jaar geleden moest de keukendeur geschilderd worden. Ik wilde 'm dus smetteloos wit maken, maar in de winkel kozen we toch voor de kleur ontkleurde abrikoos.


2. De deurposten in de gang zijn gebleekt aubergine. Een prachtige kleur vind ik, die nogal gedurfd is, vooral in combinatie met 3. Omdat de klanten voor Stap op ook door deze hal moeten, voel ik me af en toe wel opgelaten.... Ik vind het niet zo'n professionele kleur, eigenlijk. 


3. Hier ziet u onze dakpanrode meterkastdeur. De Purperpolkenner weet hoe netjes en georganiseerd de meterkast erachter is. U ziet nog een reepje van het opgeschilderde behang, bananenschillengeel


5. De wc-deur aan de binnenkant. Wat dacht u van Urinegeel?


6. Jawel! Het houtwerk van de trap is tandartsenwit. Gewoon WIT, dus. Saaaaaaaai.


7. Er is nog één rudiment van een nog kleurrijker periode, waarbij het houtwerk naast de treden pasgeboreneendjesgeel was, het schot achter de leuning bloempottenoranje en de leuning zelf groenefusillipastagroen
Maar hier ziet u een restantje cantaloupemeloenoranje. 

8. Hier de deur van de Polletjeskamer. Het lijkt wit, maar dat is het niet! Neehee, het is lichthuidschilfergrijs.

 

9. De deur van de praktijk, leuk joh, het schilderen van zo'n deur! Deze is toch heel gewoon spijkerbroekenblauw.


10. De enige hoogglansverf: de deurposten en een kast in onze slaapkamer is gemberpotgroen. Mijn lievelingskleur, tegenwoordig!


11. En dat gemberpotgroen combineren we met vergeetmenietjesblauw. Ik vind het prachtig, en ik weet dat ik daar behoorlijk uniek in ben. Grote Pol vindt het best, als ik maar niet binnen tien jaar iets anders wil. 


12. Nog een rudiment. Op de Polletjeskamer is het houtwerk jungleboomstammenbruin. Dat stamt nog uit de tijd dat ik een junglekamer voor ze maakte. Met frisjunglegroene muren en wat nepbladeren rond de lamp. Het werd me binnen een maand niet meer in dank afgenomen. De heren wensten toen een geheel met bruincaféhouten planken afgetimmerd vertrek. 


12. Het houtwerk in de woonkamer is ook al niet wit. We sloten een compromis, want Grote Pol wilde iets knalgeels: het werd zelfgemaaktecustardvlageel


13. In de keuken onverwoestbaar woestijnzandgeel. Alhoewel, het begint her en der wat barstjes te vertonen. Hoera. Ik ga voor een nieuwe kleur. Wat dacht u van WIT?


14. En dan als laatste: de dichtgetimmerde tussendeur. Een onopvallend kleurtje voor dit deurtje, al hadden we dan geen verbleekte aubergine op de posten moeten smeren. De naam van deze kleur? Stoeptegelbeige




Ik realiseer me dat ik de berging vergeten ben. Wat jammer, anders had ik u nog kunnen trakteren op wat dooieaddergroen

Waar ik nu benieuwd naar ben is: hoeveel kleuren heeft het houtwerk in uw huis?