dinsdag 12 mei 2015

18/272 Hoe kom ik de meivakantie door?

Dit keer heb ik mezelf twee weken vakantie beloofd. Voor Stap op (mijn eigen onderneminkje) hoef ik even niet veel te doen en daar geniet ik ontzettend van. Lekker opladen. En uitrusten. Want mensen, wat was ik moe. Voor de vakantie had ik twaalf leerlingen en dat is voor mij eigenlijk wel wat meer dan het maximum. Na de vakantie ga ik verder met tien leukerds en dat is een mooi aantal. Ik loop mezelf toch een beetje te veel voorbij. Vind mezelf gezonder dan ik eigenlijk ben, schijnbaar.

Vrijdag hoorde Oudste Polletje dat hij unaniem gekozen is om de nieuwe kamerbewoner te worden in het studentenhuis. Dat streelt zijn ego, maar ook dat van mij. En tegelijkertijd... Ach. Het zal wel wennen. En hij komt vast vaak thuis voor gratis knipbeurten, chips en om in alle spullen te rommelen die hij niet mee kan nemen. 

Zaterdag ging ik met Grote Pol een stukkie wandelen. Niets bijzonders, doen we wel vaker. Maar als je vakantie hebt, is het wel fijner. Een prachtig laantje waar de boel goed in bloei stond. Trijnie, weet jij waar dit is? 

Gisteren met de mutsen een plantending gemaakt. 



Die blauwige is voor mijn schoonzus, die er natuurlijk ook bloemetjes bij krijgt. Dat rode bord hoort er dus niet bij, laat dat duidelijk zijn. 

En vandaag? Vandaag gaan Grote Pol en ik naar Zeeland. Paar dagen Walcheren, heerlijk. 

Een onpurperpolliaans blogje dit keer. Sorry mensen, ik ben niet altijd lollig. 

Dit is dag 18 van 272 dagen dagboek-op-Purperpol.

dinsdag 5 mei 2015

17/272 Tijd voor afscheid?

Ons Oudste Polletje is twintig en wil nu toch echt wel op kamers. Waarschijnlijk. Dat het leven thuis ook zijn voordelen heeft, snapt hij nu ook wel, maar een eigen plekje en wat meer zelfstandigheid lonken. Op dit moment.
Donderdag gaat hij hospiteren in een studentenhuis, een paar kilometer verderop. Het gaat om een kamer van ongeveer negen vierkante meters en een gemeenschappelijke woonkamer, keuken en tuin. Die negen meters lijken niet veel, maar het is voor Oudste Polletje al een vooruitgang. De Polletjes delen alweer twee jaar een kamer, omdat ik voor mijn praktijk een geschikte ruimte zocht. Oudste Polletje bood vrijwillig daarvoor zijn hokje aan. Jongste Polletje vond het best, maar hoopte wel dat zijn broer snel zou opzouten. En dat hoopt hij nog steeds. Dus geeft hij af en toe goede tips voor dat hospiteren:
- Als er gitaren aan de muur hangen en ze van Siso (singer-songwriters) houden, moet je zeggen dat je vijftien uur per dag gitaar speelt. (In zijn oren is dat ook zo, maar in werkelijkheid doet het Oudste Polletje dat maar drie uur per dag. Ook genoeg.)
- Als ze van hardcore houden, moet je zeggen dat je broer daar ook van houdt. (Helaas voor Grote Pol en mij. Maar Jongste Polletje dénkt meer dat hij ervan houdt, dan dat hij dat daadwerkelijk ook echt doet. Denk ik.) (Hoop ik.)
- Als ze willen dat je een net persoon bent, moet je maar zeggen dat er heel veel systeem in je zooi zit en dat je moeder heel goed kan opruimen.
- Je moet maar niet zeggen dat je (negatieve karaktertrek) bent, dat je zoveel spullen uit (afschuwelijke periode uit de geschiedenis van de vorige eeuw) hebt, zeg trouwens maar helemaal niet dat je een heel museum meeneemt, zeg maar niet dat je heel erg naar zweet meurt als je gesport hebt, zeg maar niet dat je (zeer uiteenlopende zaken hebt/bent/doet).
- Als ze een vegetariër zoeken, moet je zeggen dat je vader en moeder vegetarisch zijn, dat je van houmous, tofu en van peren-hangop houdt.
- Als ze rechts zijn, moet je zeggen dat je ...
- Als ze links zijn, moet je zeggen dat je ...

Kortom: hij ziet hem liever gaan dan komen. Op dit moment. Want Jongste Polletje zal hem erg gaan missen.
En ik? Ik kan het me niet voorstellen. Dat mijn lieve, leuke, humoristische, intelligente modelzoon, met maar een paar lastige, maar interessante karaktertrekjes, met een interessante, maar ruimteverslindende hobby, met een heel eigen, maar niet vegetarische voedselvoorkeur, met een bijzonder, maar ondoorgrondelijk opruimsysteem, ons huis gaat verlaten. Dat hij zomaar zonder ons zal kunnen. En wij zonder hem.


vrijdag 10 april 2015

16/272 Over een modelkind en een heel, heel zielig hondje

Och, och, u, vaste lezer hier, weet nog steeds niet waarom wij nu alweer drie weken geleden poffertjes aten. U weet misschien zelfs niet eens meer dat u dat ooit wél wilde weten. Och, och.

Ik zal het u fluks vertellen. Want ik wil ook nog weer wat actuelers met u delen, voor ik dat weer vergeet en het zit me momenteel hoog.

Maar first things first. De poffertjes. Die waren er omdat Polletje 2 alweer klaar was met een opleiding. En die avond was de diploma-uitreiking. Hij had er zelfs twee delen van een driedelig pak voor gekocht, een stropdas van Polletje 1 geleend, want Grote Pol heeft zoiets niet, een een wit overhemd van Grote Pol geleend, want Polletje 1 heeft zoiets niet. Daaronder z'n ordinaire Nikes, meneer zag er tiptop uit.
De diploma-uitreiking was er een met zo'n vijftig persoonlijke praatjes voor de gediplomeerden, waarvan de een nog grotere problemen heeft dan de ander. Problemen met wekkers, met drugs en alcohol, met ouders, met manieren, met discipline, met motivatie en zulks meer. Dat werd zo'n beetje liefdevol, streng en rechtvaardig uit de doeken gedaan door de mentor.  Er waren ook een paar gezonde Hollandse jongens bij, waaronder ons Polletje, die een louter lovend praatje kregen. Polletje 2 kreeg een wel heel positief praatje, want hij komt uit een modelgezin en hij is gewoon een erg leuke jongen. Op school dan. Grote Pol hoorde er alleen niets van, want die moest van mij een filmpje maken met ons cameraatje, terwijl hij dat niet kan.

En dan nu het actuele. Eerst een bekentenis. Ik schreef hierboven dat het me hoog zit. Maar dat doet het helemaal niet. Ik wilde zelfs schrijven dat ik er wakker van lig, maar dan zou ik een leugenaar zijn, dus dat deletete ik weer. Wat is het dan wel? Bizar, absurd, dadaïstisch. En droevig.
Ik kwam een tekstje tegen in een methode voor begrijpend lezen. Ongeveer voor kinderen van 9 jaar. Van die lieve, onschuldige, gevoelige kindertjes, u kent ze wel. Ik tik het over en dan mag u zeggen wat u ervan vindt.

Een droevig verhaal

Dit is een droevig verhaal. Het is dus alleen voor kinderen die van droevige verhalen houden. En het is een kort verhaal. Het is dus alleen voor kinderen die van een droevig, kort verhaal houden. En het is een verhaal met veel zand. Daarom is het alleen voor kinderen die van een droevig, kort verhaal houden met veel zand erin.
Dit is het verhaal: er was eens een hondje. Het was zestien jaar en liep door de woestijn. Heel alleen. Zand, zand en nog eens zand. Ach jee, die arme hond liep mank, tong uit zijn bek en blaffen kon hij ook al niet meer. Het was een zielig hondje. Een hondje zonder naam. 
Ineens zag hij een leeuw. "Hollen," dacht hij.
Maar ja, een hond van zestien jaar. Mank... alleen... Nou ja, je begrijpt het wel.


U begrijpt het wel. Ik heb het tekstje niet gebruikt voor mijn leerling. Zo'n lief, onschuldig, verlegen, zachtaardig jochie met prachtige, heldere, blauwe ogen, wiens ondeugendste daad het belletje lellen bij z'n buurvrouw is.
Maar stiekem vind ik het toch een geweldige tekst. 

woensdag 1 april 2015

15/272 Blauw brood

 De Polletjes zijn grappenmakers én ze houden niet van ons dagelijks rechtsdraaiende / biologische / rijk aan vezels en mineralen / veganistische  broodbakmachinebrood. Liever hebben ze een goedkoop Zaans snijdertje, wij noemen dat kauwgombrood.
Dus bedacht één van hen, ik verdenk de jongste, een 1 aprilgrap. Of het wel een échte 1 aprilgrap is, daarover verschillen de meningen hier in huize Pollenstein. In de ogen van de rijpe volwassenen hier is zo'n grap pas echt goed, als je de ander iets laat doen. 
Er had dus bij het krieken van deze morgen actie moeten volgen op de verontwaardigde mededeling van onderaan de trap: 'Pap, het brood is mislukt!' Maar Pap draaide zich nog een keertje om in zijn warme, zachte bed, zuchtte even: 'Wat heb ik nou weer fout gedaan?' en liet het vroege Polletje het lekker zelf uitzoeken met dat brood.

Ik vind het wel artistiekerig, de halvarine kleurt er mooi bij en met een paar fikse plakken kaas smaakte dit brood best goed.
Ik voorzie dat we morgen rood brood hebben, mijn lievelingskleur.


Dit is dag 15 van 272 dagen dagboek-op-Purperpol.

vrijdag 20 maart 2015

14/272 Een archeologische opgraving in Huize Pollenstein

Bij het lezen van de titel van dit berichtje dacht u vast dat ik op mijzelf doelde. Zo schandalig lang vernam u taal noch teken van mij, dat u vast dacht dat ik ingesneeuwd, van de aardbodem weggevaagd of lui was. Geenszins!

Ik was druk. En nog. Druk met mijn praktijkje waar de hulpbehoeftige leerlingen maar blijven toestromen en druk met dit krakkemikkige huisje waar het behang zo'n beetje spontaan van de muren fladderde. Dat fladderen hebben we de laatste dagen handmatig versneld en maandag komt Berend de Behanger de boel weer ordentelijk opfleuren met een fris behangetje. Ondertussen zitten we in de zooi. Maar dit terzijde. U wilt lezen over archeologische opgravingen hier ter plaatse. Welnu.

Omdat we wat te vieren hadden en amper kunnen koken in deze puinhoop, verwarmden we gisteren zakken vol poffertjes. Daar hoort poedersuiker bij, vindt u ook niet? In plaats van de bekende wit-blauwe bus groeven we onze voorraad poedersuikerzakjes op. We zijn geen Zeeuwen, maar wel zuinig. Die zakjes bewaren we dus altijd, want wij blieven geen poedersuiker bij onze stolletjes.

En zo kwam het dat deze nostalgische verzameling gisteren ons frisse tafellaken sierde. Er heerste een serene kerstachtige sfeer aan tafel. (Maar niet heus. De Polletjes maakten grappen over dat andere witte poeder.) Let u vooral op het middeleeuwse zakje op de tweede foto.



O? U bent er nog? U wilt weten wat wij dan wel te vieren hadden? Dat bewaar ik voor een volgend berichtje dat ik over een eeuw of zo hoop te schrijven. Als ik weer ergens een minuutje tijd voor u heb.

Dit is dag 14 van 272 dagen dagboek-op-Purperpol. 

woensdag 11 februari 2015

13/272 Opnieuw getrouwd

Sinds een paar dagen draag ik mijn trouwring weer. Nog een beetje strak, maar ik schuif 'm er wel gemakkelijk op en af. Dit is toch een teken dat het prednisonvet zich weer op een normale manier over mijn lichaam aan het verdelen is! Ik vind het toch wel heel erg leuk dat ik dit teken van trouw weer kan dragen. Overigens heeft geen der mannelijke Pollen deze verandering al opgemerkt. Zucht.

(En nee, wij zijn nooit gescheiden geweest, maar deze ring heb ik ongeveer vier jaar geleden moeten laten doorknippen. Hij zat enorm strak. Onder invloed van prednison gaat je lichaamsvet zich anders verdelen. Mijn vingers, maar ook de rug van mijn hand raakten behoorlijk opgezwollen, terwijl ik van nature al behoorlijke worstenpootjes heb. Inmiddels zie ik ook weer knokkels!)

Dit is dag 13 van 272 dagen dagboek-op-Purperpol.

zaterdag 24 januari 2015

12/272 - Drie lesjes in nederigheid

1. Ik dacht hier dus wel 272 dagen elke dag een zinnig berichtje te kunnen plaatsen. Na elf dagen lukte dat al niet meer. In 2010 heb ik op dit blog 352 berichtjes geplaatst, maar dat was toen. Deze week kwam er van alles op me af en de pap was op, de pijp leeg, mijn portie had Fikkie gekregen en ik leerde de lat nóg wat lager te leggen. Prima! Die 272 berichtjes komen er wel, maar niet vóór 11 oktober.

2. Ik dacht dus wel aardig te kunnen haken en breien. Maar de trui voor Grote Pol is inmiddels twee keer uitgehaald (want eerst te groot en toen te klein) en de sjaal van mijn moeder is al 23 keer retour gekomen, omdat ik alles niet goed had afgehecht. Blijkbaar. Dus zit ik hier dan telkens te balen en ondertussen 42 bloemetjes opnieuw te haken.

3. Ik dacht dus wel mijn leerlingen álles te kunnen leren. Bijvoorbeeld plezier in schrijven. De leukste, laagdrempeligste opdrachten geef ik aan één van hen mee, maar nee. Keer op keer komt ze aan met minimalistische verhaaltjes zonder een spatje inspiratie. Mijn hele pedagogische trukendoos en didactische gereedschapskist trek ik open, maar er zit maar weinig beweging in.
Laatst gingen we een om-en-omverhaal schrijven: zij een zin, ik een zin.Ik begon, de cursieve zinnen zijn van haar. Dat gaat dan ongeveer zo: 

Jip, de grote sokkenkoningin, had een fantastische ontdekking gedaan.
Ze was blij.
Ze had namelijk superspeciale, gave sokken ontworpen voor dyslectische meisjes van tien jaar.
De sokken waren geel.
Gele sokken die heel ver weg zouden vliegen, als het meisje een spellingfout maakte.
Naar amierieca of duidsland.
Op een dag droeg ... de sokken, toen er op school een dictee werd gegeven.
De juf zij een woord.
... schreef het woord verkeerd op (vlog) en ze vloog meteen weg, zo door het dak van de school!!!
Dit is het einde.

Zucht. Gelukkig heb ik nog veel te leren!

Dit is dan dag 12 van 272 dagen dagboek-op-Purperpol.

woensdag 21 januari 2015

11/272 Over een Polletje dat de Bergrede kent en een moeder met hoofdpijn

Vraagt een Polletje lief en belangstellend hoe het met me gaat, omdat hij ziet dat ik hoofdpijn heb. Ik leg uit dat ik hoofdpijn heb omdat ik me zorgen maak en dat ik me eigenlijk helemaal geen zorgen wíl maken. Zegt dat Polletje: 'Denk dan toch eens aan de vogels en de leliën enzo!' Ik zeg: 'Ja, ik doe mijn best, maar dat lukt dus niet altijd.' Zegt ie: 'Ja, als die vogels ziek zijn net als jij, gaan ze gewoon dood.'

Echt fijn, zo'n puberig Polletje.

Dit is dag 11 van 272 dagen dagboek-op-Purperpol.